markus miessen
interviews shumon basar

MIJD DE ALGEMENE OPINIE, KOSTE WAT KOST

Markus Miessen in gesprek met Shumon Basar

Shumon Basar is onderzoeker, curator en schrijver geïnteresseerd in cultuurpolitiek. Hij is onder meer verbonden aan het Centre for Reasearch Architecture van Goldsmiths Institute in Londen. Reden voor Portscapes om hem te vragen naar de betekenis van een kunst- en cultuurprogramma in de nieuw te ontwikkelen uitbreiding van de haven van Rotterdam. Een gesprek over de voor- en nadelen van door de overheid betaalde initiatieven voor kunst en cultuur in relatie tot de ontwikkeling van de stad.

MM Portscapes ontwikkelde een inleidend artistiek programma bestaande uit tijdelijke evenementen en manifestaties naar aanleiding van de aanleg van een nieuwe haven en een nieuw industriegebied in Rotterdam. Is het cliché dat je ‘alleen maar kunstenaars of homo’s naar een stadsdeel hoeft te halen en de investeringen volgen vanzelf’ nog steeds geldig?

SB Ik ben een groot liefhebber van intelligente clichés, maar dit is wel erg kort door de bocht. Hoewel de ‘culturele’ of de ‘roze euro’ in veel Europese steden-in-verval tot successen heeft geleid, is dat succes niet vanzelfsprekend en is het middel niet zaligmakend. Ik ben in respectabele Europese steden geweest waar men ineens bedacht dat cultuur iets is wat je nodig hebt wanneer al het andere er al is: de SUV, de Gucci-boetiek, de met Michelin-sterren gelauwerde restaurants en de onder architectuur gebouwde huizen voor succesvolle inwoners. Maar het is echt niet nodig en zelfs niet gewenst om elke stad tot een cultureel knooppunt te maken. Rotterdam is wellicht anders, omdat die stad een eerbiedwaardige traditie van creativiteit heeft, plus een bepaalde weerbarstigheid die zijn schilderachtige tegenhanger, Amsterdam, volledig ontbeert.

MM Wat zijn in grote trekken jouw gedachten over industriegebieden die tot knooppunten van creativiteit worden gemaakt?

SB In het algemeen is ‘groot’ de enige schaal waarop ik kan denken. Ik verzet me ertegen generaliserend te reageren op wat altijd specifieke situaties zouden moeten zijn. Op een bepaald niveau gaat er van de omvorming van industriegebied tot culturele of creatieve zone een esthetisch of empirisch soort genoeglijkheid uit. Misschien is dat ook wel zo eerlijk, in die zin dat als de aarde een palimpsest van verleden en tegenwoordige tijden is, het alleen maar goed is als achterhaalde commerciële en economische modi worden vervangen door die van nu. Maar om op mijn aanvankelijke antwoord terug te komen: ik ben huiverig omdat dit een algemeen typologisch antwoord is op een specifiek sociaal-cultureel vraagstuk.

MM Goed. Kun je dan in specifieke termen uitleggen wat je vindt van Rotterdam als nieuwe attractie op de jaarlijkse kunstcarrousel?

SB Rotterdam kent een aantal zeer gerespecteerde kunst- en architectuurinstellingen met een lange staat van dienst. Witte de With, Museum Boymans van Beuningen, de Kunsthal en het NAI, om er maar enkele te noemen, en er zijn er beslist nog veel meer die ik niet eens ken. Dat voorspelt veel goeds. Niet dat nieuwe initiatieven door deze instellingen gedomineerd zouden moeten worden. Dat zou juist zonde zijn. Maar Rotterdam heeft ook een goed ingevoerde gemeenschap van kunstenaars en kunstminnaars. Deze kan de doelgroep vormen voor iets nieuws, dat kan werken op de schaal van de stad en plaatsvindt in de haven. Hopelijk ben ik nu niet te rigide, maar ik heb niet het idee dat de internationale jaarlijkse kunsttournee wéér een nieuwe pleisterplaats op zijn uitputtende tracé nodig heeft. Tenzij de stad iets heel anders en vindingrijks doet, wat deze toevoeging aan de toch al overdadige kunst-voetafdruk zou rechtvaardigen.

MM Wat zijn jouw ervaringen met het misbruik en/of de misduiding van cultureel kapitaal?

SB Ik weet niet of ik daar persoonlijk ervaring mee heb. Er schiet me zo niets te binnen, hooguit reacties achteraf. Als je met cultureel kapitaal doelt op het geld dat wordt gereserveerd om cultuur te ontwikkelen als een uiting van de schepping en herschepping van de grote stad, dan moet het officiële antwoord, dat van de optimist dus, luiden: ‘Tuurlijk, prima zaak!’ Misschien is het de behoudende Brit in mij, maar mijn maag draait zich om als cultureel kapitaal slechts een codewoord is om bedrijven te lokken. Er is te veel jargon van het soort dat wordt gesanctioneerd door met overheidsgeld ondersteunde initiatieven voor architectuur en design evenals fora die allemaal kunst en cultuur onderhorig maken aan managementtheorieën. Ik huldig zeker geen standpunt dat kunst en cultuur in een etherische wolk plaatst die hoog boven de meer prozaïsche instrumenten voor evaluatie en waardering zweeft. Volgens mij is de wisselwerking van cultuur en commercie, waarvan de gevolgen lijken op die van het new age-kapitalisme, omgeven door enorme rookgordijnen – wierookstokjes verplicht.

MM Is ‘cultuur’ een medicijn, en zo ja: voor wie?

SB Cultuur kan zeker fungeren als medicijn tegen teleurstelling, troosteloosheid, criminaliteit, wanhoop, slechte voeding, werkloosheid, nostalgie naar echtere tijden, tegen verveling en overvloed en het schuldgevoel dat bij tevredenheid hoort.

MM Waarom zijn politici tegenwoordig zo dol op het financieren van cultuur?

SB Zijn ze dat? In het huidige economische klimaat zien we waarschijnlijk het einde van een overspannen periode van politiek-culturele uitbundigheid. De zogeheten ‘reële economie’ vraagt om meer banen en ik weet zo net nog niet of de cultuursector die in groten getale zal voortbrengen. Misschien zit ik ernaast, maar ik denk dat er een correctieslag aankomt. Dat is niet per se slecht voor de cultuursector als geheel, maar wel voor ‘creativiteit’ met overheidssubsidie en voor de bedrijfstak die deze merkwaardige geestdrift de wereld in heeft geholpen.

MM Ontwerpers en architecten in Nederland worden geconfronteerd met een ongelooflijk spectrum van financieringsmogelijkheden. Wat zijn volgens jou de voordelen en wat de nadelen van zo’n systeem?

SB Voordeel: comfort, rust en risicoloosheid. Nadeel: comfort, rust en risicoloosheid.

MM De Nederlanders hebben een langdurige relatie met de zee en de overzeese handel. Ze aanbidden haar schoonheid en hun eigen kustlijn, maar worden door diezelfde zee ook voortdurend bedreigd omdat het grootste deel van het land onder zeeniveau ligt. Er zijn relatief weinig Europese volken met zo’n haat-liefdeverhouding met het water als de Nederlanders. Landaanwinning, oorspronkelijk een Nederlandse vinding en later gekaapt door de emiraten, keert nu weer terug op de agenda van Nederland. Het Dubaiaanse model van bouwen in een vacuüm heeft een nieuwe en met krachtige hand gevestigde cultuur gebracht die is gerijpt in een reageerbuis. Hoe schat je, in vergelijking met dat model, de mogelijkheden in voor een vergelijkbaar project in de context van een stad met een lange maritieme traditie?

SB Verhalen over het verleden kunnen worden uitgevonden maar ook overgeërfd, dus er is aan de maritieme traditie van Nederland niet per se iets authentieks en daardoor superieurs dat die traditie boven die van Dubai stelt (die overigens verder teruggaat dan je wellicht denkt). Een traditie kan alleen productief zijn als je je daardoor niet laat inperken, maar haar kunt gebruiken als drijfveer, haar verder kunt uitbouwen en kritisch – zelfs liefdevol – kunt koesteren zonder erdoor te worden verstikt. Bij elk toekomstgericht idee moet je er stilzwijgend van uitgaan dat ook dat idee op een dag tot de geschiedenis behoort, en daarom is het deze wederzijdse verstandhouding met de tijd die er in mijn ogen echt toe doet.

MM Vind je dat globalisering als bedrijfsvoorwaarde wordt overschat?

SB Volgens mij bestáát die globalisering niet eens in de vorm zoals we ooit hebben gedacht dat ze zou bestaan. En als zodanig moet zij tegelijkertijd worden overschat en onderschat, voor het geval ze wél bestaat en voor het geval we een spookbeeld najagen. Op tv hoorde ik vanavond het begrip ‘deglobalisering’ langskomen. Hoewel ik niet geloof dat zoiets überhaupt mogelijk is (dat is zoiets als de tijd terugdraaien), suggereert het feit dat een dergelijk concept wordt bedacht en een naam krijgt dat we een precaire periode tegemoet gaan waarin we grondig moeten analyseren wat we tot op heden hebben aangenomen als de fundamenten van de werkelijkheid waarin wij allen leven.

MM Wat is in jouw ogen het fundamentele verschil tussen een stad als Rotterdam en uw eigen woonplaats, Londen?

SB Londen is uniek omdat het de agglomeratie is van de koloniale nawerkingen van het Britse Rijk. De Nederlanders hebben natuurlijk ook koloniën gehad, maar die waren veel kleiner dan de Britse. Ondanks al mijn bedenkingen bij Londen (en dat zijn er nogal wat), sta ik altijd weer te kijken van de enorme complexiteit en rijkdom van de etnische bevolkingsopbouw waarin de grotere beweging van de wereldgeschiedenis nagalmt. Merkwaardig genoeg geldt: hoe minder Groot-Brittannië er in de nieuwe wereldorde toe lijkt te doen, hoe sterker Londen wordt. Ik vind dat een behoorlijke prestatie.

MM Londen kreeg uiteindelijk zijn Terminal 5, Berlijn bouwt een nieuwe mega-luchthaven en Frankfurt is net begonnen aan een nieuwe start- en landingsbaan. Hoe belangrijk is het idee van een havenstad, een vervoersknooppunt, niet zozeer voor de economie maar voor de stad zelf?

SB In mijn ogen vinden talloze vormen van uitwisseling plaats die symbolisch beginnen, maar langzaam maar zeker concrete gevolgen krijgen. U zult mij niet horen beweren dat alles in verbinding met alles moet staan. Maar als een stad een geschiedenis van wereldconnecties heeft, zou ik dat uitbuiten en klaarmaken voor de toekomst. Daar kunnen alleen maar goede dingen uit voortkomen.

 

Markus Miessen is architect, onderzoeker, docent en schrijver met als thuisbases Londen en Berlijn. Miessen schreef en redigeerde diverse internationale artikelen en publicaties van academische, wetenschappelijke en populair-culturele aard. In 2009 werkte hij aan zijn PhD aan het Centre for Research Architecture van Goldsmiths in Londen, waar hij onderzoek deed naar conflicten en niet op consensus gebaseerde vormen van participatie als vorm van alternatief ruimtelijk gebruik. Hij was dat jaar ook gastprofessor aan het Berlage Instituut in Rotterdam.